1. Er zijn al zoveel charitatieve instellingen. Moet het Shalom Centre niet bij een bestaande instelling worden ondergebracht?

Goede, kleinschalige projecten van de lokale bevolking komen vaak niet in aanmerking voor ‘adoptie’ door bestaande (grotere) charitatieve instellingen omdat die hun eigen projecten hebben. Een aantal fondsen / instanties biedt in sommige gevallen wel steun in de vorm van advies of een financiële bijdrage. Uiteraard probeert Stichting PAPPA daar, zowel in Namibië als in Nederland, gebruik van te maken. Dergelijke steun is echter lang niet voldoende en te onzeker om een project structureel in stand te kunnen houden. Daarom is ervoor gekozen een eigen stichting op te zetten en zo de toekomst van het Shalom Centre veilig te stellen.

 

2. Is een dergelijk kleinschalig project niet ‘een druppel op een gloeiende plaat’?

Momenteel worden 110 kinderen opgevangen door het Shalom Centre. Dit is niet veel als men het totale aantal aidswezen in Namibië, of zelfs heel Afrika, in ogenschouw neemt. Zolang er kinderen zijn die op straat zwerven en niet naar school kunnen, is elke hulp noodzakelijk. Wij zijn van mening dat elk kind dat door onze steun een betere toekomst voor zichzelf weet op te bouwen, dat ook zal doorgeven aan zijn/haar kinderen. Daarom is elk geholpen kind een stapje vooruit.

 

3. Waarom wonen/slapen de weeskinderen niet in het Shalom Centre?

De overheid van Namibië is groot voorstander van ‘community based care’. Dit betekent dat weeskinderen zoveel mogelijk in hun eigen gemeenschap moeten worden opgevangen. Hier ligt immers hun achtergrond / ‘roots’. Een filosofie die Stichting PAPPA en het Shalom Centre van harte ondersteunen. Daarom wordt voor de weeskinderen een verzorger gezocht in de eigen gemeenschap. Meestal wordt in de ‘extended’ familiekring een plaats gevonden. Echter, de families zijn groot en hun aandacht en middelen beperkt. Daarom worden de kinderen overdag in het Shalom Centre opgevangen.

 

4. Hoe worden de inkomsten uit fondsenwerving besteed?

2005 is het eerste boekjaar van Stichting PAPPA. Nadat het jaar is afgesloten wordt de accountant gecontroleerde jaarrekening worden gepubliceerd op de website.

Volgens de richtlijnen van het CBF moet minstens 75% van de inkomsten besteed worden aan de doelstelling van de stichting. Bij Stichting PAPPA streven we er naar om zoveel mogelijk van alle inkomsten te besteden aan ons project, het CDF Centre in Nambië. Dit is haalbaar omdat de medewerkers van Stichting PAPPA op vrijwilligersbasis werken en Stichting PAPPA geen eigen kantoorruimte heeft maar er ‘vanuit huis’ wordt gewerkt. Daarnaast worden voor alle kosten (o.a. drukwerk, website) sponsors gezocht.

Het aan CDF Centre beschikbaar gestelde geld wordt besteed aan onder andere scholing (schoolgeld, -uniformen, -benodigdheden), voedsel, huisvesting en basisvoorzieningen voor het centrum.

 

5. Hoe wordt het project in Namibië gecontroleerd?

Het CDF Centre heeft in Namibië een lokaal bestuur dat toeziet op het gevoerde beleid en de uitgaven die gedaan worden. Aan het einde van het jaar wordt een jaarrekening opgesteld die gecontroleerd wordt door een gerenomeerde accountant en Stichting PAPPA.

Financiële managers van HJ Heinz BV hebben in november 2005 op het Shalom Centre, Namibië, een financieel systeem geïmplementeerd en de gebruikers getraind. Op basis van dit computersysteem krijgt Stichting PAPPA, elk kwartaal een gedetailleerd financiële rapportage. In dit overzicht kan precies worden bijgehouden hoe de werkelijke kosten zich verhouden tot het budget.

Vanuit Stichting PAPPA is er regelmatig contact met Henriette (voorzitter CDF Centre) en Ainsie Mare (directeur CDF Centre) over de kinderen, het te voeren beleid en de uitgaven. Minstens twee keer per jaar wordt er door een bestuurslid van Stichting PAPPA een bezoek gebracht aan het CDF Centre in Namibië.